Orgel Beek (Bree)

Gilmanorgel Beek

 
© Hans Reumers 
Geschiedenis

korte geschiedenis

in 1593 wordt in Bree een orgel besteld bij de befaamde meester Niehoff uit Den Bosch.

In 1739 vervaardigt L. Gilman een nieuw orgel te Bree en herbruikt daarin een deel van het Niehoffpijpwerk.

In 1782 verhuist het orgel van de St.-Michielskerk van Bree naar de St.-Martinuskerk van Beek.

In 1933 wordt het orgel zwaar beschadigd wanneer het verplaatst wordt van het doksaal naar de torenruimte.

In 1988 start men het restauratiedossier en tussen 2001 en 2007 wordt het orgel gerestaureerd door G. Schumacher uit Baelen.

Door het aanwezige Niehoffpijpwerk bevat dit instrument, samen met het orgel van de St.-Quintinuskathedraal te Hasselt, het oudste pijpwerk van België.

gedetailleerde geschiedenis

In de Sint-Martinuskerk te Beek bevindt zich een klein maar zeer interessant orgel dat afkomstig is uit de hoofdkerk van Bree.
Het werd in 1739 vervaardigd door orgelmaker Laurent Gilman, wiens atelier gevestigd was te Kornelimunster (zo’n 10 km ten Z-W van Aken). Alleen al wegens zijn stijlvol concept en degelijkheid is dit instrument belangrijk te noemen. Er valt echter veel meer over de waarde van dit orgel te vertellen. Het betreft hier nl. het enige werk van Laurent Gilman waarvan niet enkel de kast, maar ook het eigenlijke instrument grotendeels bewaard bleef. En bovendien ... kunnen we met zekerheid stellen dat dit orgel het oudste pijpwerk van België bevat (Die eer moet gedeeld worden met het orgel uit de Sint-Quintinuskathedraal te Hasselt dat ook Niehoff-pijpen bevat uit het jaar 1592 of 1593 en momenteel gerestaureerd wordt door G. Schumacher) L. Gilman herbruikte nl. in zijn nieuw orgel van 1739 ook een belangrijke hoeveelheid oud pijpwerk uit het vorige orgel van Bree, dat blijkens de archieven in 1593 was vervaardigd door de befaamde meester Nicolaas Niehoff uit ‘s Hertogenbosch. Om precies te zijn, het instrument van Beek bevat nog 79 pijpen uit 1593 en 203 pijpen uit 1739.


Helaas werd het orgel van Beek in 1933 zwaar verminkt door Alfons Beckers uit Sint-Truiden. De transformaties van Beckers vielen samen met een verbouwing van de kerk. In 1933 werd nl. het vroegere vooruitspringende houten doksaal verwijderd, dat zich situeerde aan de West-zijde van de middenbeuk, buiten de romaanse (ottoonse) toren, en dat door twee houten zuilen werd ondersteund. Het doel van dit alles was de reconstructie in neo-romaanse stijl van twee bogen in de oostelijke muur van de toren. Het orgel diende bijgevolg te verhuizen naar de torenruimte, hetgeen onvermijdelijk moest leiden tot een verminking van de orgelkast. Deze kast was nl. te hoog om ze in de lage torenruimte in te passen. Daarom werd ze boutweg ingekort door het wegzagen van 30 cm van de onderzijde en door verwijdering van de beelden die de torens bekroonden. Ook het eigenlijke instrument werd brutaal aangepakt, hetgeen vooral desastreus was voor het oude pijpwerk; de helft der pijpen werd namelijk verwijderd en ging verloren. Ondanks deze zware transformaties bleven de meest essentiële delen van het orgel bewaard, met name de (weliswaar toegetakelde) orgelkast, de windlade (het hart van een orgel) en een toch nog altijd aanzienlijke hoeveelheid oud pijpwerk. Belangrijk hierbij is de bedenking dat het ontbrekende originele pijpwerk perfect gereconstrueerd kan worden dankzij:

1. de vondst van het bouwcontract van het orgel uit 1738, waarin de oorspronkelijke samenstelling van de spelen wordt vermeld;

2. het bewaard blijven van de originele pijpenroosters (waarin de pijpen worden geschoven zodat ze recht blijven staan). Aan de hand van de boringen in deze roosters kan de oorspronkelijke diameter van elke verdwenen pijp worden bepaald.


De ontwerpers, in overleg met de Kerkfabriek, opteerden voor een reconstructie van dit orgel naar de toestand van 1739. De meest essentiële onderdelen ervan dateren immers uit dat jaar, terwijl ook het oudste pijpwerk uit 1593 in 1739 geïntegreerd werd in het nieuwe concept. Om deze reconstructie te kunnen realiseren dient het instrument onvermijdelijk een nieuwe locatie te bekomen, zodat de kast terug tot haar oorspronkelijke proporties kan worden gebracht en er voorts een ongunstige akoestische situatie kan worden vermeden. Er werd geopteerd voor de constructie van een nieuw doksaal, waarop het 18de eeuwse houten ballustrade met uitgehouwen muziekinstrumenten wordt geplaatst. Tevens wordt de huidige glazen deur terug vervangen door een houten deur.

Dit nieuwe doksaal zal geplaatst worden op de locatie van het oude verdwenen houten doksaal. De neo-romaanse bogen uit 1933 kunnen hierbij worden behouden. Op die wijze menen wij niet alleen de oude kast in haar volle luister te kunnen reconstrueren, maar geloven wij ook te hebben geopteerd voor de meest gunstige locatie in functie van de klankuitstraling van het pijpwerk naar de binnenruimte van de kerk

Michel Lemmens, spectrum n.v.